Koko:
Owlo! Owlo! Ik moet je nu meteen iets heel belangrijks vertellen.
Owlo:
Kom binnen, Koko. Ik zie aan je gezicht dat er vandaag iets is gebeurd.
Koko:
Ik was ZO opgewonden voor de schilderwedstrijd op school. Ik heb zo hard gewerkt aan mijn vossenschilderij.
Owlo:
Ik herinner me dat je me over dat schilderij vertelde. Je hebt er een hele middag aan gewerkt.
Koko:
Maar ik heb niet gewonnen. Niet eens een klein lintje. Ik voelde me heel, heel verdrietig.
Owlo:
Oh, Koko. Dat gevoel in je buik als iets niet gaat zoals je had gehoopt, dat heet teleurstelling.
Koko:
Te-leur-stel-ling. Dat is een groot woord. Het voelt als een zware steen op mijn borst.
Owlo:
Wat een mooie manier om het te beschrijven. Teleurstelling is dat zware gevoel als we iets echt willen en het niet gebeurt.
Koko:
Voelt iedereen dat ook zo? Voel jij dat ook wel eens, Owlo?
Owlo:
Zeker, ik ook. Toen ik jong was, oefende ik wekenlang een liedje. Op de grote dag vergat ik alle woorden.
Koko:
Dat is vreselijk. Wat deed je toen? Heb je gehuild?
Owlo:
Ik was een tijdje heel verdrietig. En dat was helemaal goed. Gevoelens mogen er even zijn.
Koko:
Is het dan oké om verdrietig te zijn als er iets misgaat?
Owlo:
Dat is helemaal oké. Gevoelens zijn niet goed of slecht, ze zijn er gewoon. Het belangrijkste is wat we daarna doen.
Koko:
Wat bedoel je precies met wat we daarna doen?
Owlo:
Ik wil je iets laten zien. Kom even mee naar het kunstatelier.
Owlo:
Kijk eens naar al deze schilderijen aan de muur, Koko. Ze zijn allemaal gemaakt door iemand die bleef proberen.
Koko:
Wauw, wat zijn er veel. Die blauwe met de sterren is echt heel mooi.
Owlo:
Dat schilderij is gemaakt door een leerling die drie wedstrijden verloor. Daarna maakte ze dit ene. Ze gaf niet op.
Koko:
Drie hele wedstrijden? En ze bleef toch gewoon doorschilderen?
Owlo:
Ja, dat deed ze. Want ze hield van schilderen. En elke keer dat ze het probeerde, werd ze iets beter.
Koko:
Ik hou ook echt van schilderen. Zelfs als niemand mij een lintje geeft.
Owlo:
Precies. Die liefde voor iets is belangrijker dan welk lintje dan ook. Dat heet passie, en dat houdt ons gaande.
Koko:
Passie. Dat vind ik een mooi woord. Ik denk dat ik passie heb voor schilderen EN voor bessenmuffins eten.
Owlo:
Dat zijn allebei prachtige passies. Nu wil ik je iets meegeven om te proberen. Doe dit de volgende keer dat je teleurgesteld bent.
Koko:
Wat is het dan? Vertel het me, vertel het me snel.
Owlo:
Laat jezelf eerst een beetje verdrietig zijn. Haal dan een diepe adem. En stel jezelf daarna één vraag.
Koko:
Welke vraag moet ik mezelf dan precies stellen?
Owlo:
Vraag jezelf af, wat kan ik hiervan leren? Misschien kon je vossenschilderij de volgende keer meer kleuren hebben, of een grotere staart.
Koko:
Mijn vos had inderdaad een heel kleine staart. De volgende keer maak ik hem veel pluiziger.
Owlo:
Zie je? Je denkt al zoals iemand die groeit door teleurstelling, in plaats van erdoor te stoppen.
Koko:
Teleurstelling hoeft dus geen einde te zijn. Het kan ook een nieuw begin zijn.
Owlo:
Dat is misschien wel het wijste wat ik de hele week heb gehoord, Koko.
Koko:
Owlo, mag ik samenvatten wat ik vandaag heb geleerd? Ik denk dat ik er klaar voor ben.
Koko:
Oké. Teleurstelling is dat zware gevoel als iets niet gaat zoals we hadden gehoopt. En het is helemaal oké om een tijdje verdrietig te zijn. Maar dan halen we adem, en vragen we ons af wat we kunnen leren. We gaan door omdat we houden van wat we doen. En mijn vos krijgt in het volgende schilderij een veel pluizigere staart.
Owlo:
Dat is een perfecte samenvatting, Koko. Ik kan niet wachten om die pluizige staart te zien.