Koko:
Owlo, Owlo! Ik heb iets heel tofs meegebracht vandaag.
Owlo:
Goedemorgen, Koko! Wat houd je daar achter je rug verstopt?
Koko:
Een lege plastic fles! Mama had hem weggegooid, maar ik dacht: hier kan ik vast iets leuks mee maken.
Owlo:
Wat een goed idee om spullen een tweede kans te geven. Wat wil je ermee maken?
Koko:
Ik wil er een vliegtuig van maken! Maar ik weet niet hoe.
Owlo:
Een vliegtuig van een plastic fles, dat klinkt als een geweldig project. Ik denk dat de knutselkamer precies de goede plek is om dat te proberen.
Koko:
Ja! Gaan we nu meteen naar de knutselkamer?
Owlo:
We gaan! Pak je fles maar mee.
Owlo:
Zo, hier zijn we dan. Kijk eens, we hebben karton, plakband, scharen, en verf liggen. Alles wat we nodig hebben.
Koko:
Wauw, dit is echt een echte bouwplaats. Maar waar beginnen we?
Owlo:
We beginnen met nadenken. Een vliegtuig heeft een paar belangrijke onderdelen. Kun jij er een paar noemen?
Koko:
Vleugels! En een neus. En achteraan heeft het ook zoiets, een staart!
Owlo:
Heel goed, Koko. Een vliegtuig heeft een romp, dat is het lange middelste gedeelte. En dan heeft het vleugels, een staartvin, en een neus.
Koko:
De fles lijkt al een beetje op de romp, toch? Hij is lang en rond.
Owlo:
Precies! De fles wordt onze romp. Nu knippen we uit het karton twee brede driehoeken voor de vleugels. Die plakken we aan de zijkanten van de fles.
Koko:
En de staart dan? Die moet er ook op.
Owlo:
Knip een kleinere driehoek voor de staartvin. Die plak je recht omhoog aan het achterste deel van de fles.
Koko:
Owlo, mag ik ook een raampje tekenen op de fles? Zodat de passagiers naar buiten kunnen kijken.
Owlo:
Natuurlijk mag dat. Een beetje verf maakt ons vliegtuig helemaal af.
Koko:
Ik maak hem blauw met witte wolkjes. Dan lijkt het net alsof hij al in de lucht vliegt.
Owlo:
Wat een prachtig idee. Terwijl jij schildert, wil ik je iets vertellen over echte vliegtuigen. Wist je dat de vorm van de vleugels heel belangrijk is?
Koko:
Hoezo de vorm? Een vleugel is toch gewoon plat?
Owlo:
Dat lijkt zo, maar een echte vleugel is bovenaan een klein beetje gebogen. Als de lucht erover stroomt, ontstaat er een kracht die het vliegtuig omhoog trekt. Die kracht heet lift.
Koko:
Lift, dat is een mooi woord. Dus de lucht tilt het vliegtuig omhoog?
Owlo:
Precies. En de motoren zorgen ervoor dat het vliegtuig snel genoeg gaat om die lift te maken. Zonder snelheid geen lift, en zonder lift geen vlucht.
Koko:
Dus het vliegtuig heeft eigenlijk de lucht nodig om te vliegen. Dat is eigenlijk best slim bedacht.
Owlo:
Mensen hebben heel lang naar vogels gekeken om dat te begrijpen. Vogels gebruiken precies dezelfde truc met hun vleugels.
Koko:
Net als jij, Owlo! Jij hebt ook vleugels met een gebogen kant.
Owlo:
Dat klopt. En kijk, jouw vliegtuig is nu bijna klaar. Hoe ziet hij eruit?
Koko:
Prachtig! Blauw, met witte wolkjes en een staartvin en alles. Ik ben er heel trots op.
Owlo:
Dat mag je zeker zijn. Jij hebt vandaag iets wegwerpbaars veranderd in iets moois en slims.
Koko:
Owlo, kunnen we hem buiten even laten vliegen? Gewoon even kijken wat er gebeurt.
Owlo:
Dat lijkt me een heel goed plan. Maar eerst, kun jij mij vertellen wat je vandaag allemaal hebt geleerd?
Koko:
Oké! Ik heb geleerd dat een vliegtuig een romp heeft, vleugels, een staartvin, en een neus. En dat de vleugels een speciale gebogen vorm hebben waardoor de lucht het vliegtuig omhoog tilt, dat heet lift. En het allerleukste: je kunt een vliegtuig maken van een lege plastic fles die anders in de prullenbak zou gaan. Volgende keer wil ik leren hoe echt grote vliegtuigen zo zwaar kunnen zijn maar toch de lucht in komen. Dat snap ik nog niet helemaal.
Owlo:
Dat is een heel slimme volgende vraag, Koko. Nu, pak je vliegtuig maar. We gaan naar buiten.