Koko:
Owlo, kijk eens wat ik vanmorgen in de bibliotheek heb gevonden! Het is een reusachtig boek met de allermooist plaatjes.
Owlo:
Goede genade, Koko, dat is 'Het Grote Boek over Dinosaurussen.' Dat boek is absoluut een van mijn allerfavorieten.
Koko:
Hier staat een plaatje van een T-Rex, en er staat dat hij miljoenen jaren geleden leefde. Maar hoe lang leefde één enkele dinosaurus eigenlijk?
Owlo:
Wat een geweldige vraag om te stellen. Wetenschappers hebben al jaren geprobeerd om dat uit te zoeken.
Koko:
Maar de dinosaurussen zijn er toch helemaal niet meer. Hoe weten wetenschappers dan hoe oud ze werden?
Owlo:
Dat is inderdaad een heel slimme gedachte. Ze bestuderen de botten van dinosaurussen heel zorgvuldig. In die botten zitten kleine ringetjes, net zoals de ringen in een boomstam.
Koko:
Oh, ik weet wat boomringen zijn! Mijn papa heeft me een boomstronk in het park laten zien, en we hebben de ringen samen geteld.
Owlo:
Precies, dat klopt helemaal. Elke ring staat voor één jaar groei. Wetenschappers tellen de ringen in dinosaurusbotten op precies dezelfde manier.
Koko:
Dat is echt ongelooflijk cool om te weten. Maar hoe oud werden dinosaurussen dan eigenlijk?
Owlo:
Dat hing sterk af van het soort dinosaurus. Kleine soorten leefden zo'n tien tot twintig jaar, een beetje zoals een hond of een kat.
Koko:
En hoe zat het dan met de echt grote dinosaurussen, zoals de T-Rex?
Owlo:
De T-Rex is een heel bijzonder geval. Wetenschappers denken dat hij ongeveer achtentwintig tot dertig jaar oud werd.
Koko:
Maar dertig jaar is toch helemaal niet zo oud. Mijn oma is veel ouder dan dat, en ze danst nog altijd op feestjes.
Owlo:
Jouw oma klinkt echt geweldig, Koko. Je hebt gelijk, dertig jaar is niet zo lang voor zo'n enorm groot dier.
Koko:
Dus de T-Rex was heel groot maar leefde niet zo lang. Hoe zat dat dan met de dinosaurussen met de lange nekken?
Owlo:
Je bedoelt de sauropoden, zoals de Brachiosaurus. Die enorme dinosaurussen werden misschien wel zeventig of zelfs tachtig jaar oud.
Koko:
Tachtig jaar! Dat is ouder dan de meeste opa's en oma's. Hoe konden ze dan zo lang leven?
Owlo:
Wetenschappers denken dat hun gigantische lichamen langzaam en gestaag groeiden. Door langer te leven kregen ze de tijd om zo ongelooflijk groot te worden.
Koko:
Dus hoe groter je bent, hoe langer je leeft, meestal dan. Maar is die regel dan altijd waar?
Owlo:
Het is een goed patroon, maar niet altijd een vaste regel. Sommige kleine dieren van vandaag worden ook heel erg oud.
Koko:
Owlo, kunnen we naar het wetenschapslaboratorium gaan? Ik wil graag zien hoe die ringetjes in de botten er echt uitzien.
Owlo:
Wat een geweldig idee. Ik heb daar een doorsnede van een fossielsample liggen. Laten we er samen een kijkje gaan nemen.
Owlo:
Hier zijn we dan. Dit is een dun plakje van een dijbeen van een dinosaurus. Kun jij die vage ringetjes van binnen zien?
Koko:
Ja, ik zie ze! Ze zijn zo ontzettend klein. Ze lijken een beetje op de kringen in mijn warme chocolademelk als ik erin roer.
Owlo:
Wat een mooie manier om het je voor te stellen. Wetenschappers gebruiken een speciaal microscoop om ze heel nauwkeurig te tellen.
Koko:
Dus wetenschappers zijn eigenlijk detectives, maar dan voor dinosaurussen. Dat is echt de allercoolste baan ter wereld.
Owlo:
Dat is het zeker. Wetenschappers die het leven uit de oertijd bestuderen, heten paleontologen. Dat is toch een behoorlijk lang woord.
Koko:
Pa-le-on-to-lo-gen, wat een lang en moeilijk woord is dat. Ik ga dat woord oefenen op de hele weg naar huis.
Owlo:
Voordat je begint met oefenen, vertel me eens wat je vandaag hebt geleerd. Ik hoor het graag in jouw eigen woorden.
Koko:
Oké! Dus dinosaurussen leefden niet allemaal even lang. Kleine soorten leefden zo'n tien tot twintig jaar, en grote zoals de T-Rex leefden ongeveer dertig jaar.
Koko:
Maar de echt reusachtige dinosaurussen met lange nekken konden wel tachtig jaar oud worden. En wetenschappers komen dat te weten door kleine ringetjes in de botten te tellen, net als boomringen.
Koko:
En de wetenschappers die dat doen, heten paleontologen. Nu wil ik weten wat dinosaurussen elke dag aten, want ik denk dat een T-Rex heel slechte tafelmanieren had.
Owlo:
Wat een perfecte samenvatting, Koko. Jij weet me altijd aan het lachen te maken. Tot morgen op dezelfde tijd?
Koko:
Tot morgen op dezelfde tijd, Owlo!