Koko:
Owlo, ik heb iets heel grappigs gezien op een poster bij de bibliotheek!
Owlo:
Vertel eens, Koko. Wat stond er op die poster?
Koko:
Er stond een pinguïn op, met een sjaal om. Maar waarom heeft hij een sjaal aan? Pinguïns wonen toch in de kou?
Owlo:
Wat een goede vraag. Ik denk dat we dat even goed moeten uitzoeken samen.
Koko:
Houden pinguïns van warm of van koud?
Owlo:
Pinguïns houden heel erg van de kou, Koko. Ze wonen op de koudste plekken ter wereld.
Koko:
De koudste plekken? Zoals buiten in de winter, maar dan nog kouder?
Owlo:
Precies! Veel pinguïns wonen in Antarctica. Dat is een enorm stuk ijs, helemaal aan het einde van de wereld.
Koko:
Brrr, dat klinkt heel erg koud. Dan zouden mijn pootjes bevriezen!
Owlo:
Bij jou wel, ja. Maar pinguïns hebben daar een heel slim trucje voor. Zullen we naar de bibliotheek gaan om meer te ontdekken?
Koko:
Ja! Ik wil alles weten over die koude pinguïns!
Owlo:
Kijk, Koko, hier is een boek met plaatjes van pinguïns in de sneeuw. Zie je hoe dik hun veren zijn?
Koko:
Wauw, die zijn echt heel dik. Zijn dat net als mijn jas?
Owlo:
Ja, precies zoals een warme jas! Die dikke veren houden de koude lucht buiten en de warmte binnenin.
Koko:
Dus de pinguïn draagt eigenlijk altijd zijn eigen jas? Dat is wel handig, die kan nooit vergeten worden.
Owlo:
Dat klopt helemaal, Koko. En onder die veren zit ook nog een laagje vet. Dat laagje heet spek.
Koko:
Spek? Net als het eten?
Owlo:
Een beetje zoals dat, ja. Dat laagje vet is net een extra deken, het houdt de pinguïn lekker warm van binnen.
Koko:
Dus de pinguïn heeft een verenjas en een vetdeken. Hij heeft het nooit koud!
Owlo:
Bijna nooit, ja. En weet je wat nog slim is? Pinguïns gaan dicht bij elkaar staan als het heel erg stormt.
Koko:
Waarom doen ze dat?
Owlo:
Als ze samen staan, houden ze elkaars warmte vast. Ze duwen zachtjes tegen elkaar aan, zo blijven ze allemaal warmer.
Koko:
Net zoals op een koude ochtend, als ik mama een knuffel geef. Dan voel ik me ook meteen warmer!
Owlo:
Wat een mooie gedachte, Koko. Precies zoals dat. Warmte delen met elkaar, dat is iets heel bijzonders.
Koko:
Owlo, maar als pinguïns zo van de kou houden, wat zou er dan gebeuren als het te warm wordt?
Owlo:
Dat is een hele slimme vraag. Als het te warm wordt, hebben pinguïns het moeilijk. Het ijs smelt dan weg.
Koko:
En dan hebben ze geen thuis meer?
Owlo:
Ja, daarom is het heel belangrijk dat we goed voor de aarde zorgen. Dan blijft het voor pinguïns ook goed.
Koko:
Ik wil heel goed voor de aarde zorgen. Dan kunnen de pinguïns lekker in de sneeuw blijven spelen.
Owlo:
Dat is precies de goede gedachte, Koko. Vertel eens, wat heb je vandaag allemaal geleerd?
Koko:
Pinguïns houden heel erg van de kou. Ze wonen op een heel koud stuk ijs dat Antarctica heet.
Koko:
Ze hebben dikke veren en een laagje vet, dat is hun eigen jas en deken tegelijk!
Koko:
En als het koud stormt, gaan ze dicht bij elkaar staan. Net als een grote knuffel, maar dan met de hele familie.
Owlo:
Prachtig samengevat, Koko. Je hebt het heel goed onthouden vandaag.
Koko:
De volgende keer wil ik leren waar nog meer dieren wonen in de kou. Misschien de ijsbeer?
Owlo:
Dat lijkt me een heel goed plan. Tot de volgende keer, Koko!