Koko:
Owlo! Owlo! Ik had gisteravond de engste droom. Er was een enorme schaduw op mijn muur, en ik kon helemaal niet bewegen!
Owlo:
Jeetje, dat klinkt als een heel heftige nacht, Koko. Kom binnen, kom binnen. Vertel me alles maar.
Koko:
Ik werd wakker en mijn hart klopte zo ontzettend snel. En mijn buik voelde heel raar aan. Het was echt, echt eng.
Owlo:
Ik ben blij dat je het me vertelt, Koko. Weet je wat? Ieder levend wezen voelt zich weleens bang. Zelfs ik heb dat.
Koko:
Wacht eens even, is dat echt waar? Word jij dan ook weleens bang, Owlo?
Owlo:
Zeker weten. Toen ik jong was, was ik doodsbang voor onweer. De harde donderslagen zorgden ervoor dat ik me elke keer verstopte onder mijn vleugel.
Koko:
Dat stelt me een beetje gerust. Maar waarom worden we eigenlijk bang? Wat gebeurt er dan allemaal vanbinnen in ons?
Owlo:
Wat een geweldige vraag is dat. Laten we samen naar de wetenschapskamer gaan en het uitzoeken.
Owlo:
Hier zijn we dan. Koko, jouw hersenen werken de hele tijd door, zelfs als je slaapt.
Koko:
Rusten mijn hersenen dan nooit een keer uit? Dat klinkt echt heel erg vermoeiend voor ze.
Owlo:
Dat klinkt inderdaad vermoeiend, nietwaar? Maar jouw hersenen hebben een heel belangrijke taak. Ze houden altijd de wacht voor gevaar.
Koko:
Alsof er een klein wachtertje zit binnenin mijn hoofd?
Owlo:
Precies zoals een wachter! Als jouw hersenen denken dat er misschien gevaar is, sturen ze een speciaal signaal naar je hele lichaam.
Koko:
Is dat daarom dat mijn hart zo hard en snel klopte?
Owlo:
Ja! Jouw hart klopt sneller om energie naar je benen te sturen, voor het geval je snel weg moet rennen.
Koko:
Dus mijn lichaam maakte zich klaar om weg te rennen van die schaduw. Wat bijzonder!
Owlo:
Precies. En dat rare gevoel in je buik? Dat is jouw lichaam dat energie weghaalt uit je buik en naar je spieren stuurt.
Koko:
Wauw, dat is bijzonder! Dus mijn lichaam probeerde me eigenlijk te helpen, ook al voelde het heel naar.
Owlo:
Dat klopt helemaal, Koko. Angst is de manier waarop jouw lichaam je beschermt. Het is eigenlijk een heel slim systeem.
Koko:
Maar Owlo, de schaduw was gewoon mijn gordijn dat bewoog. Er was eigenlijk helemaal geen enkel echt gevaar.
Owlo:
Dat overkomt iedereen. Soms zien onze hersenen iets nieuws of vreemds, en dan worden ze bezorgd voordat ze het hele verhaal kennen.
Koko:
Dus mijn hersenen waren gewoon een beetje te voorzichtig op dat moment?
Owlo:
Een beetje te voorzichtig, ja. En dit is iets belangrijks. Als je het licht aandoet en ziet dat het een gordijn is, wat gebeurt er dan?
Koko:
Dan voel ik me beter. Mijn hart klopt langzamer en alles voelt weer gewoon goed aan.
Owlo:
Dat zijn jouw hersenen die nieuwe informatie krijgen en zeggen: we zijn veilig. Alles wordt dan rustig vanzelf.
Koko:
Dus angst gaat weg als we weten dat we veilig zijn. Dat vind ik eigenlijk best heel gaaf.
Owlo:
Dat is inderdaad heel gaaf. En er is nog iets anders dat helpt als we bang zijn. Kun jij bedenken wat dat zou zijn?
Koko:
Laat me eens nadenken. Met iemand praten misschien? Zoals ik vanmorgen met jou heb gepraat?
Owlo:
Dat is een perfect antwoord. Praten met iemand die je vertrouwt, zoals een ouder of een juf, helpt jouw hersenen veel sneller om zich veilig te voelen.
Koko:
Ik heb mama ook over mijn droom verteld. Ze gaf me een grote knuffel en ik voelde me meteen veel beter.
Owlo:
Een knuffel van iemand die van je houdt is een van de krachtigste dingen ter wereld. Jouw mama klinkt heel bijzonder.
Koko:
Dat is ze zeker. Oké Owlo, dus bang zijn is niet slecht, het is eigenlijk mijn lichaam dat me helpt?
Owlo:
Precies zo is het. Angst is niet jouw vijand. Het is jouw lichaam dat een goede vriend is en je veilig houdt.
Koko:
Ik denk dat ik klaar ben om te vertellen wat ik vandaag heb geleerd. Mag ik het proberen?
Owlo:
Dat zou ik echt heel graag willen horen, Koko. Ga gerust je gang, ik luister.
Koko:
Oké! Als we bang zijn, werken onze hersenen als een klein wachtertje in ons hoofd. Ze sturen signalen naar ons hele lichaam om zich klaar te maken, voor het geval er gevaar is. Daarom klopt ons hart snel en voelt onze buik raar. Maar soms worden onze hersenen een beetje te bezorgd over dingen die helemaal niet gevaarlijk zijn, zoals een gordijnschaduw. Het beste wat je kunt doen als je bang bent, is controleren of je echt veilig bent, en praten met iemand die je vertrouwt. Knuffels helpen trouwens ook heel erg veel. Ik ga mama vragen of we de volgende keer over dromen kunnen leren, want mijn droom was echt heel vreemd.
Owlo:
Wat een schitterende samenvatting was dat, Koko. En ik denk dat leren over dromen een fantastisch idee is voor de volgende keer.