Koko:
Owlo, Owlo! Ik heb iets heel bijzonders meegebracht naar school vandaag.
Owlo:
Goedemorgen, Koko! Wat heb je daar in je rugzak? Het ziet eruit als een ansichtkaart.
Koko:
Ja, kijk! Mama en ik waren gisteren in de bibliotheek, en ik vond een boek over Parijs. Deze kaart zat erin, en ik mocht hem houden.
Owlo:
Wat een mooie verrassing. Op die kaart staat een van de beroemdste bouwwerken ter wereld.
Koko:
Ik zag het meteen. Het is een hele hoge toren van metaal, met een spitse punt bovenaan. Maar wat is het eigenlijk?
Owlo:
Dat is de Eiffeltoren, Koko. Hij staat in de stad Parijs, in het land Frankrijk.
Koko:
De Eiffeltoren! Ik heb die naam al eens gehoord, maar ik weet niet zoveel over hem. Hoe groot is hij eigenlijk?
Owlo:
Hij is ongelooflijk groot. De toren is meer dan driehonderd meter hoog. Dat is net zo hoog als wel tachtig giraffen op elkaar gestapeld.
Koko:
Tachtig giraffen? Dat is waanzinnig! Maar waarom heeft iemand zo'n hoge toren gebouwd?
Owlo:
Goede vraag. Ik heb hier in de schoolbibliotheek een mooi boek over liggen. Zullen we even gaan kijken?
Koko:
Ja, dat wil ik! Dan neem ik mijn ansichtkaart mee, zodat we kunnen vergelijken.
Owlo:
Kijk, hier staat het. De Eiffeltoren werd gebouwd in het jaar 1889. Dat is meer dan honderd jaar geleden.
Koko:
Wauw, dat is heel lang geleden. Ik was er nog niet eens bij. Mama ook niet, en papa ook niet.
Owlo:
Dat klopt. Zelfs mijn opa was er nog niet bij. De toren werd gebouwd voor een groot feest, een wereldtentoonstelling. Mensen van over de hele wereld kwamen naar Parijs om bijzondere uitvindingen te bekijken.
Koko:
En de Eiffeltoren was ook een uitvinding?
Owlo:
Zeker weten. Hij was het pronkstuk van die tentoonstelling. Hij liet zien hoe knap mensen konden bouwen met ijzer en staal.
Koko:
Wie heeft hem dan bedacht en gebouwd?
Owlo:
Een ingenieur genaamd Gustave Eiffel. Daarom heet de toren ook de Eiffeltoren, naar zijn naam.
Koko:
Oh, dus als ik iets bouw, mag ik het de Kokotoren noemen!
Owlo:
Dat mag zeker, als jij hem bouwt. Maar de toren van Gustave Eiffel was heel bijzonder. Tweeduizend arbeiders werkten er twee jaar lang aan.
Koko:
Twee hele jaren! Dat is langer dan ik op school zit. Hebben ze dan nooit rust gehad?
Owlo:
Ze werkten heel hard, maar gelukkig ook heel slim. Er werden meer dan achttienduizend metalen stukken aan elkaar geklonken. Klinken betekent de stukken stevig aan elkaar bevestigen met kleine metalen pinnen.
Koko:
Achttienduizend stukken? Dat klinkt als een heel groot bouwpakket.
Owlo:
Dat is precies hoe je het kunt zien, ja. En weet je wat nog bijzonder is? Eerst vonden veel mensen de toren helemaal niet mooi.
Koko:
Echt waar? Maar hij is zo indrukwekkend op mijn ansichtkaart.
Owlo:
Toch is dat zo. Sommige mensen noemden hem een lelijk ijzeren gedrocht. Maar langzaam begonnen steeds meer mensen hem prachtig te vinden.
Koko:
Dus je moet soms gewoon even wachten voor mensen iets mooi vinden. Dat snap ik wel.
Owlo:
Heel wijs gezegd, Koko. Tegenwoordig bezoeken elk jaar zo'n zeven miljoen mensen de Eiffeltoren. Het is een van de meest bezochte plekken op de hele wereld.
Koko:
Zeven miljoen! Dat zijn heel erg veel mensen. Denk jij dat wij er ooit naartoe gaan, Owlo?
Owlo:
Wie weet. Maar zelfs als je er niet naartoe gaat, is het fijn om te weten waarom hij zo bijzonder is. Zullen we samenvatten wat we vandaag hebben geleerd?
Koko:
Ja! Ik doe het wel. Even goed nadenken.
Koko:
De Eiffeltoren staat in Parijs, in Frankrijk. Hij is meer dan driehonderd meter hoog, dat zijn tachtig giraffen. Hij werd gebouwd in 1889, voor een groot feest waar mensen slimme uitvindingen lieten zien. Een ingenieur genaamd Gustave Eiffel heeft hem bedacht, en duizenden mensen bouwden hem met achttienduizend metalen stukken. Eerst vonden mensen hem lelijk, maar nu willen ze er allemaal naartoe. En als ik ooit iets beroemds bouw, noem ik het gewoon de Kokotoren.
Owlo:
Perfect samengevat, Koko. En de volgende keer kunnen we misschien leren over andere beroemde gebouwen in de wereld. Er zijn er nog heel veel om te ontdekken.
Koko:
Yes! Dan wil ik weten welk gebouw het allergrootste is. En welk gebouw het oudste is. Owlo, we hebben nog zoveel te leren.
Owlo:
Dat hebben we zeker. En dat maakt het zo leuk. Tot de volgende keer, Koko.