Koko:
Owlo, ik heb vandaag een hele belangrijke vraag voor je. Ik denk er al de hele ochtend aan!
Owlo:
O jee, dat klinkt heel serieus, Koko. Wat is die grote vraag van jou dan?
Koko:
Ik wil nu eens iets over JOU weten. Wat is het dapperste wat jij ooit hebt gedaan?
Owlo:
Het dapperste wat ik ooit heb gedaan. Dat is een vraag die ik vandaag niet verwachtte.
Koko:
Kom op, Owlo! Jij weet altijd alles. Je moet toch iets echt heel dappers hebben gedaan.
Owlo:
Laat me even goed nadenken. Dapperheid gaat niet altijd over iets groots en opvallends doen, weet je.
Koko:
Wat bedoel je? Ik dacht dat dapper zijn zoiets was als een draak verslaan. Of van iets heel hoogs afspringen.
Owlo:
Ik begrijp waarom je dat denkt. Maar echte dapperheid is toch iets anders dan verhalen over draken.
Koko:
Echt waar? Maar wat IS dapperheid dan precies, Owlo?
Owlo:
Dapperheid betekent iets doen, ook als je bang of zenuwachtig bent. De angst is er nog steeds, maar je doet het toch.
Koko:
Oh, dus je kunt tegelijkertijd dapper zijn én bang zijn? Dat wist ik helemaal niet!
Owlo:
Precies. Als je helemaal niet bang bent, is het eigenlijk geen dapperheid. Dan is het gewoon makkelijk.
Koko:
Wow, zo had ik er nooit over nagedacht. Wat was dan jouw bange-maar-dappere moment, Owlo?
Owlo:
Toen ik jong was, ongeveer zo oud als jij, was ik heel erg bang om voor anderen te spreken.
Koko:
JIJ was bang? Maar jij praat de hele tijd met mij. En je lijkt nooit bang te zijn!
Owlo:
Ik was toen heel erg bang. Mijn vleugels trilden en mijn stem klonk helemaal bibberig.
Koko:
Jouw vleugels trilden echt? Dat is zo moeilijk voor te stellen. Jij lijkt altijd zo rustig en kalm.
Owlo:
Op een dag vroeg mijn leraar mij op te staan en een gedicht voor te lezen aan de hele klas. Mijn hart klopte zo snel.
Koko:
Wat deed je op dat moment? Heb je nee gezegd, of ben je gewoon weggerend?
Owlo:
Om eerlijk te zijn dacht ik er wel aan om weg te rennen. Maar ik haalde diep adem en stond gewoon op.
Koko:
En wat gebeurde er dan daarna allemaal, Owlo?
Owlo:
Mijn stem trilde aan het begin. Maar ik ging door, woord voor woord. En toen gebeurde er iets wonderlijks.
Koko:
Wat dan, Owlo? Wat is er daarna precies allemaal gebeurd?
Owlo:
Ik maakte het gedicht af. Iedereen begon te klappen. En ik voelde me zo trots, diep van binnen.
Koko:
Daar word ik bijna een beetje emotioneel van. Dat is echt een heel mooi verhaal, Owlo.
Owlo:
Het mooiste was niet het applaus. Het mooiste was weten dat ik iets moeilijks had gedaan en niet had opgegeven.
Koko:
Ik ben ook wel eens bang. Zoals toen ik naar een nieuwe klas moest en ik niemand kende.
Owlo:
En wat heb jij daar toen op gedaan, Koko?
Koko:
Ik liep toch gewoon naar binnen. Zelfs al voelde mijn buikje helemaal raar en bibberig aan.
Owlo:
Dan was JIJ ook dapper, Koko. Dat bibberige buikgevoel is precies hoe dapperheid van binnenuit voelt.
Koko:
Ik wist helemaal niet dat ik dapper was. Ik dacht gewoon dat ik alleen maar bang was.
Owlo:
Jij was allebei tegelijk. En dat is precies het punt. Dapper zijn betekent niet dat je nergens bang voor bent. Het betekent dat je het toch doet.
Koko:
Oké, dit heb ik vandaag geleerd. Dapperheid gaat niet over draken verslaan of ontzettend sterk zijn.
Koko:
Het betekent iets doen, ook als je bang en bibberig vanbinnen voelt. Zelfs Owlo had ooit trillende vleugels!
Koko:
En dat trotse gevoel nadat je iets moeilijks hebt gedaan? Dat is het allerbeste gevoel van de hele wereld.
Koko:
De volgende keer wil ik leren over andere grote gevoelens. Bijvoorbeeld wat je doet als je heel zenuwachtig bent voor iets belangrijks!